skip to Main Content

Klachten

  • De meest voorkomende klacht is pijn, met name in de schouders. Die pijn is voelbaar bij bewegingen als tillen, aankleden, omdraaien in bed en autorijden. Ook kan er pijn optreden bij activiteiten waarbij de armen omhoog gehouden worden, zoals ramen lappen en de was hangen.
  • Er zijn mensen die ook botklachten hebben in hun kaak of wervelkolom.
  • Daarnaast komen roodheid en zwellingen op het borstbeen, de sleutelbeenderen of de bovenste ribben voor.
  • Veel patiënten hebben een stijve nek en/of schouders.
  • Ca. 30-50 procent van de patiënten heeft last van puistjes op de huid van de handpalmen en voetzolen (pustulosis palmoplantaris of PPP). Deze huidklachten kunnen gelijk met de botklachten optreden, of juist eerder of (veel) later.
  • Bij zo’n 30 procent van de patiënten treedt tijdelijk artritis op. Dit is een acute ontsteking van een of meer gewrichten op plekken als de elleboog, pols, knie of enkel.

SCCH komt meestal bij volwassenen voor, maar een enkele keer ook bij kinderen.

Ziekteverloop

Het ziektebeeld wordt gekenmerkt door perioden met opvlammingen en rustige perioden. De klachten lopen meestal parallel aan de veranderingen in de botstructuren zoals die door het onderzoek worden vastgesteld, maar niet altijd.

In de loop van de tijd kunnen nieuwe botafwijkingen ontstaan. Uit langlopend onderzoek blijkt dat het ziekteverloop meestal langzaam progressief is. Dat wil zeggen dat de botafwijkingen leiden tot toenemende vervormingen. Ook de aftakeling van de gewrichten die daarmee gepaard gaat, neemt met de tijd toe.

Back To Top